(Vertrekkend van de stelling van Pythagoras als model) De 3 als uiterst kenbare van de eigen belevingswereld raakt op zichzelf betrokken door de in vraagstelling van zichzelf, door de intrede van het relatieve gegeven. Vast gekende beelden/iconen raken relatief door het contact met de Ander als 4.
(De stelling van Pythagoras als model genomen) De 3 als mijn subjectief bekende en uiterst kenbare, op zichzelf betrokken als 3 in het kwadraat, staat loodrecht op de 4 van de Ander, zijnde 4 kwadraat als Icoon-Ander betrokken op objectief-Ander. De tegenstellingen 3 en 4 tot zichzelf, komen zo uitstijgend tot de 5X5, waarbij de tweede 5 als onbepaald verloren gaat in de Tijd.
(De stelling van Pythagoras als model genomen) De 3 als mijn subjectief bekende en uiterst kenbare, op zichzelf betrokken als 3 in het kwadraat, staat loodrecht op de 4 van de Ander, zijnde 4 kwadraat als Icoon-Ander betrokken op objectief-Ander. De tegenstellingen 3 en 4 tot zichzelf, komen zo uitstijgend tot de 5X5, waarbij de tweede 5 als onbepaald verloren gaat in de Tijd.